Kledingindustrie – Vervuiling

Hoe vervuilend is de kledingindustrie eigenlijk? Eerlijk gezegd, de kledingindustrie is na de olie industrie de meest vervuilende industrie ter wereld.

Insecticide.

Laten we meteen maar beginnen. 16% van alle insecticide op aarde, gebruikt men voor de productie van regulier katoen. Insecticiden zijn niet alleen giftig voor insecten maar ook voor mens, milieu en andere dieren. Het leidt tot zwaar verontreinigt (drink) water en eten voor mens en dier maar het veroorzaakt ook ernstige ziektes zoals ademhalingsproblemen, zenuwaantasting, kanker, misvorming en vruchtbaarheidsproblemen. Kinderen lopen een verhoogd risico. Uit testen op bijna 900 kinderen in India, bleken coördinatie en concentratievermogen aangetast te zijn. 

Insecticide schadelijk voor insecten.

Het is natuurlijk de bedoeling dat de insecten dood gaan, maar ook heel stom. Hoe vervelend we ze ook vinden, zonder insecten verdwijnt ook de mens. In 30 jaar is meer dan 3 kwart van de vliegende insecten verdwenen. We hebben insecten nodig om onze planten en bomen te bestuiven, kadavers op te ruimen en ze dienen als voer voor een hoop andere dieren.

Waterverbruik.

Het waterverbruik in de katoenindustrie is enorm. Afhankelijk van waar de katoen geproduceerd wordt, is dit een probleem is. Maar in de meeste gevallen onttrekt de productie van katoen, water aan rivieren, meren en waterreservoirs. Dat tot een tekort aan drinkwater kan leiden en tot verdroging van de natuur.

Aralmeer

Een helaas aansprekend voorbeeld, waar ik nooit eerder iets over heb gehoord, is het Aralmeer. Dit meer ontstond ongeveer 15000 jaar geleden op de grens tussen Kazachstan en Oezbekistan. In het begin van de 20e eeuw, was het het acht na grootste meer ter wereld. Zo’n 450 km x 290 km groot en bijna 70 meter diep. Sinds de jaren 60 is het zoetwatermeer steeds kleiner geworden. De grootste oorzaak hiervan is irrigatie ten behoeve van katoenteelt, dat water aan de rivieren onttrok. Deze uitdroging was destijds voorzien maar toch vond men de katoenteelt belangrijker dan het meer. Door landbouwgif is het water steeds zouter geworden. Doordat het meer steeds verder opdroogde, is op de zoutwoestijn een laag landbouwgif blijven liggen. De wind spreidt dit gif, als het waait, over de omgeving uit. De helft van het meer is nu een zoutwoestijn. Zowel visserij als landbouw is niet meer mogelijk. Dit wordt beschouwd als één van de grootste milieurampen van deze tijd.

Genetisch Gemodificeerd Katoen.

Door het grote gebruik van insecticiden raakt de grond uitgeput. De grond moet daarom extra bemest worden. Dat trekt weer meer insecten aan. Door het vele gebruik van insecticiden raken insecten immuun voor het gif. Daar heeft men een oplossing voor gevonden. Ze maken katoenplantjes die ze genetisch zo aanpassen dat ze niet meer aantrekkelijk zijn voor insecten. Sommige zijn zelfs giftig voor insecten. Men beloofde overvloed maar helaas komt deze belofte vaak niet uit. De insecten worden toch immuun en de beloofde oogsten blijven uit. Deze Genetisch ontwikkelde planten hebben maar een levensduur van 1 jaar, zodat de boeren ieder jaar nieuwe planten moeten kopen. Oorspronkelijke meerjarige gewassen die ook nieuwe zaad geven verdwijnen op deze manier. Boeren worden op deze manier afhankelijk van grote multinationale zaad en chemische industrie. Zij kunnen hier geen leefbaar inkomen uit vergaren.

Schuldvraag.

En dan toch nog maar een keer de schuldvraag. Vanaf 2020 wordt het gebruik van bepaalde pesticide in Europa verboden. Deze pesticiden zijn echter niet verboden in veel van de landen waar onze kledingindustrie gevestigd is. De gifbedrijven blijven deze stoffen gewoon naar deze landen exporteren en deze zullen gebruikt blijven worden door de textielindustrie.

Overigens, het feit dat de textielindustrie zo vervuilend is, is één van de redenen om deze in lagelonenlanden te laten plaatsvinden. Daar kost vervuiling immers niets extra’s en als er al vergunningen nodig zijn, zijn ze goedkoop of er wordt een oogje toegeknepen.

Lekker ver weg.

De productie van kleding is de 1 na grootste vervuiling na de olie-industrie. De textielindustrie is verantwoordelijk voor meer dan 10% van de wereldwijde CO2 . De vervuilende productie is een belangrijke oorzaak.  Maar ook het vervoer speelt een rol. Voor iedere fase gaat het katoen weer naar een ander deel van de wereld omdat verdere verwerking daar goedkoper is. Deze logistieke operatie betaald de prijs in CO2. Klimaatverandering stopt niet bij de arme lagelonenlanden. Gevolgen daar, hebben ook gevolgen voor ons.