De industrie van kleding.

De kledingindustrie heeft een lange geschiedenis.

Ten Cate Textiel Ten Cate Textiel, fotograaf onbekend.

5000 voor Christus.

De oudste stof dateert uit 5000 voor chr. Al rond 3500 voor christus begon men langs de Nijl met het spinnen en weven van katoen. Sinds 2600 voor Christus wordt er in China zijde gesponnen. Eerst alleen voor eigen gebruik, daarna ook voor de handel. Katoen en zijde kwamen via de handelswegen naar Europa. Tijdens de Middeleeuwen werd Leiden beroemd om zijn Lakennijverheid. Daarna, in 1400, wordt de lakenhandel in Leiden een echte industrie die zich door heel Europa verspreidt.

Industriële revolutie

In Engeland begon eind 19e eeuw de Industriële revolutie. Grote hoeveelheden goedkoop katoen kwamen uit Aziatische landen. Daarmee maakte men kleding. Weer 100 jaar later, in 1980 stopte de productie van kleding in Europa. Sindsdien wordt dit uitbesteed aan ontwikkelingslanden, die de kleding voor de laagste prijs produceren.

Lagelonenlanden

Op dit moment komt drie kwart van alle kleding uit China, Bangladesh, Turkije en India. De grote merken besteden hun productie van kleding, zoveel mogelijk werknemers, productiemiddelen, inkoop van materiaal, verpakking en vervoer uit aan deze vier lage lonenlanden. Zodoende kunnen ze voor de aller laagste prijs kleding laten maken zonder enige verantwoordelijkheid te dragen, zoals een eerlijk loon en sociale lasten. Ontwikkelingslanden zijn bijna volledig afhankelijk van van de export van kleding en textiel en beconcurreren elkaar daarom voor steeds lagere prijzen.

Ondoorzichtige zaken

Werknemers werken bijna voor niets en doen dit ook nog onder de meest vreselijke omstandigheden. De productie van stof en de productie van de verschillende onderdelen is verspreid over verschillende bedrijven en onder-aannemers. Daardoor is het onduidelijk welk onderdeel waar vandaan komt en is het onmogelijk de productie en arbeidsomstandigheden te controleren. Zo is het voor de grote merken wel heel eenvoudig om hun verantwoordelijkheid af te wentelen. Het gevolg hiervan is, dat kleding goedkoop geproduceerd wordt in lagelonenlanden maar in rijke landen verkocht wordt in het hoge segment. Er worden op die manier enorme winsten behaald.

Kan het ook anders?

Naomi Klein beschreef de problemen over de kledingindustrie al in het jaar 2000, in haar boek No Logo. De afgelopen 20 jaar is de situatie helaas niet erg verbeterd. Toch lijkt men, ook onder de huidige zorgen over het milieu, ook voor problemen van de kleding industrie, de ogen enigszins te openen! De Fair Wear Foundation is een organisatie waar bedrijven, die de situatie van de werknemers wil verbeteren, zich kunnen aansluiten.

Meer weten?

Als je dit onderwerp interessant vindt is het boek No Logo van Naomi Klein nog steeds heel actueel en een echte aanrader. Veel recenter en heel indrukwekkend is de 6 delige serie Genaaid, die Jennifer Hofman in 2018 maakte. Met een groep jonge ontwerpers gaat ze op reis naar Birma waar zij inktzwarte kant van de kledingindustrie beleven.